De Smet Accountants - September 2024

Nummer 4 September 2024 [FISCAAL] [FISCAAL] [3] ■ Te laat beroepschrift door onbetrouwbare postbezorging In een zaak voor hof Arnhem-Leeuwarden heeft een man die te laat zijn beroepschrift heeft ingediend, aannemelijk gemaakt dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hij heeft namelijk gesteld dat hij en zijn gemachtigde de uitspraak op bezwaar niet hebben ontvangen. Volgens de man wordt tegenwoordig de post wel vaker niet op tijd of helemaal niet geleverd. De aangetekende stukken van de rechtbank met de uitnodiging voor de zitting zijn ook niet bij de gemachtigde van de man afgeleverd. De gemachtigde heeft hierover evenmin bericht van gehad van PostNL terwijl de post naar het juiste adres was gezonden. De man stelt dat als het bij aangetekende post al mis gaat, dit bij gewone post ook zeker het geval kan zijn. Daarmee ontzenuwt hij het vermoeden dat de uitspraak op bezwaar op regelmatige wijze op het adres van de gemachtigde is aangeboden. In beginsel bedraagt de beroepstermijn zes weke ■ Nieuw Verzamelbesluit kapitaalverzekeringen, SEW en BEW Sommige kapitaalverzekeringen eigen woning (KEW’s) vallen onder overgangsrecht. Daardoor geldt een voorwaardelijke vrijstelling van € 202.000 (bedrag 2024) met betrekking tot de rente in een uitkering van zo’n KEW. Eén van de voorwaarden voor deze vrijstelling is dat in verband met de verzekering jaarlijks premie is betaald. Daarbij mag de hoogste premie niet meer dan tienmaal de laagste premie bedragen. Dit is de zogeheten bandbreedte-eis. Op grond van een goedkeuring in een besluit mag de hoogste premie onder voorwaarden wel meer dan tienmaal de laagste premie bedragen. Een van de voorwaarden voor die goedkeuring is dat de premie uitsluitend is gewijzigd door het aflopen van een rentevastperiode, het tussentijds openbreken van het contract om de rente aan te passen of het wijzigen van de rente als gevolg van een verhuizing. Inmiddels is deze goedkeuring uitgebreid. Zij geldt nu ook als de overschrijding van de bandbreedte het gevolg is van een te hoge rentestand. ■ Onenigheid met medeaandeelhouder drukt waarde aandelen Het niet langer aanwezig zijn van een aanmerkelijk belang vormt voor de heffing van inkomstenbelasting een fictieve vervreemding. Ontbreekt een feitelijke tegenprestatie of is deze bedongen onder niet normale omstandigheden? Dan moet men de tegenprestatie in beginsel stellen op de waarde in het economische verkeer van de aandelen. Stel nu dat een aandeelhouder wel een aanmerkelijk belang heeft in een bv, maar dat dit een minderheidsbelang is. Tussen deze aandeelhouder en een andere aandeelhouder, die enig bestuurder is en een meerderheidsbelang in de bv heeft, ontstaat een geschil. Vervolgens weigert de meerderheidsaandeelhouder de minderheidsaandeelhouder enig inzicht te geven in de feitelijke gang van zaken en de financiële positie van de bv. In zo’n situatie zal een eventuele koper niets willen betalen voor het minderheidsbelang. De waarde van dat belang is daarom nihil, zo meent rechtbank Zeeland-West-Brabant. ■ Juridische structuur lucratief belang wijzigen kan onbelast Stel, een manager woont in Nederland en houdt alle aandelen in een holding. De holding houdt weer een belang in een buitenlandse rechtsfiguur die te vergelijken is met een open cv. De buitenlandse rechtsfiguur houdt gewone aandelen in een buitenlandse aandelenvennootschap (de kleindochter). Voor de manager vormt het aandelenbelang in de kleindochter een middellijk gehouden lucratief belang. Later brengt hij in het kader van een reorganisatie het belang in de buitenlandse rechtsfiguur in een nieuwe buitenlandse vennootschap in. Dat gebeurt via een aandelenruil. Na de aandelenruil heeft de manager nog steeds een middellijk gehouden lucratief belang in de kleindochter. Maar de vennootschappelijke structuur is wel gewijzigd. De vraag is dan of de manager met betrekking tot de aandelenruil een voordeel uit lucratief belang in aanmerking moet nemen. De Kennisgroep resultaat uit overige werkzaamheden neemt als standpunt in dat dit niet het geval is. Er is namelijk geen sprake van realisatie in fiscale zin door de middellijk lucratiefbelanghouder. De economische belangen blijven ongewijzigd. Zelfs al zou men wel concluderen dat sprake is van een winstrealisatiemoment, dan zou men in het beschreven geval een beroep kunnen doen op de ruilarresten. Zo is directe fiscale afrekening te voorkomen, aldus de kennisgroep. Een vergelijkbare goedkeuring geldt ook voor de spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Wie nog een verlies uit aanmerkelijk belang heeft openstaan, maar in het desbetreffende kalenderjaar en het daaraan voorafgaande jaar geen aanmerkelijk belang meer heeft, kan dit verlies omzetten in een belastingkorting van 24,5% (percentage 2024) van het verlies.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTgwNDc=